Van fax tot feedback: praktijk als partner

Ooit ben ik mijn loopbaan begonnen als onderzoeker bij een onderzoeksbureau. Mijn focus lag op de aansluiting tussen arbeidsmarkt en beroepsonderwijs. Daarmee deed ik mijn eerste ervaring op in het onderwijs én in praktijkgericht onderzoek – hoewel we dat toen nog niet zo noemden. In die tijd had slechts de helft van onze zakelijke contacten e-mail. Communicatie verliep via post en zelfs fax – voor wie nog weet wat dat was. Bellen deed je met een degelijke zaktelefoon van het merk waar je met een vrachtwagen over heen kon rijden, of met je eigen vaste telefoon op je bureau (want een eigen werkplek had je toen vaak ook nog). De wereld van whatsapp, foto’s maken met je mobiel, online vergaderen en google was nog in een ongekende toekomst.

Maar er is ook iets wezenlijks veranderd, en dan bedoel ik niet dat je interviews nu ook via Teams kan doen

Snelle tijdreis naar nu

Vijfentwintig jaar later werk ik opnieuw als onderzoeker, nu bij een lectoraat. Op het eerste gezicht lijkt de setting veel op die van toen: ik doe onderzoek naar werken en leren, houd interviews, zet enquêtes uit en schrijf rapporten. Maar er is ook iets wezenlijks veranderd, en dan bedoel ik niet dat je interviews nu ook via Teams kan doen. Ik bedoel dat we, veel meer dan toen, praktijkgericht onderzoek beschouwen als iets wat je niet alleen vóór, maar ook mét die praktijk doet. Een voorbeeld hiervan is het inzetten van actieleren.

Wat is actieleren?

Actieleren is een manier van leren waarin werkenden actief en gezamenlijk aan de slag gaan met vraagstukken uit hun eigen werkomgeving. Het is een vorm van ervaringsgericht leren, waarbij reflectie op het eigen handelen en de interactie met anderen centraal staan.

Je begint niet bij de theorie, maar bij wat er in de praktijk speelt: waar loop je tegenaan en wat kunnen we daarvan leren? Actieleren vindt vaak plaats in kleine groepen met een vaste samenstelling, die onder begeleiding van een procesbegeleider op een gestructureerde manier met elkaar gaan zoeken naar oplossingen. Actieleren past goed bij wat veel werkenden zoeken: het is direct toepasbaar, contextgericht en je hoeft er niet voor naar school.

Actieleren als onderzoeksstrategie

Binnen praktijkgericht onderzoek is actieleren een goede manier om onderzoek en leren met elkaar te verbinden. Het stelt ons in staat om niet alleen gegevens te verzamelen over een praktijk, maar die praktijk ook actief mee te nemen in het denkproces en het leren. Onderzoekers, professionals en soms ook studenten brengen samen relevante vraagstukken in kaart, analyseren wat er speelt en verkennen samen mogelijke oplossingen. Bij deze manier van onderzoek doen, verandert de rol van de onderzoeker. Er ontstaat een wisselwerking, waarbij de onderzoeker niet alleen analyseert, maar ook het leren in de praktijk stimuleert. De praktijk wordt niet alleen onderzocht, maar denkt actief mee, waardoor direct inzichten ontstaan. Omdat het praktijkvraagstuk centraal staat, draagt het onderzoek direct bij aan de ontwikkeling van de deelnemers én aan kennisontwikkeling over het vraagstuk. Een vergelijkbare manier van kennis ontwikkelen is challenge based learning (CBL), wat je ook steeds meer als onderwijsmethode in het hbo en mbo toegepast ziet worden.

Waarom is dit zo waardevol?

Actieleren of CBL zijn een concrete invulling van de groeiende ambitie om niet alleen kennis te vergaren, maar ook om praktijken te versterken. Het op deze manier ontwikkelen van kennis helpt om zicht te krijgen op impliciete aannames, routines en overtuigingen die normaal gesproken onder de oppervlakte blijven. En juist daarin schuilt vaak de sleutel tot verandering.

Nog steeds gaat het om nieuwsgierigheid, om willen begrijpen wat er gebeurt en waarom

Hoe pas ik dit zelf toe?

Ik merk dat ik meer en meer werk in de geest van actieleren: niet altijd is het passend of wenselijk om een compleet actieleertraject in te zetten, maar de gedachte dat je onderzoek samen met de praktijk moet doen, zit inmiddels wel stevig verankerd in onze werkwijze. Dat zie je bijvoorbeeld in het tussentijds delen van bevindingen met opdrachtgevers, zodat zij daar direct mee aan de slag gaan en niet hoeven wachten op het eindrapport – wat toch vaak in de la verdwijnt.

Tot slot

Als ik terugkijk op mijn eerste jaren als onderzoeker zie ik veel wat gebleven is: nog steeds gaat het om nieuwsgierigheid, om willen begrijpen wat er gebeurt en waarom. Maar dan minder als kritische, analyserende onderzoeker op afstand, maar meer als kritische, ondersteunende sparringspartner.

Bronnen en copyrights

Plaats een reactie