Schrijven als topsport voor je brein

Laatst vroeg iemand wat voor werk ik deed. “Ik ben onderzoeker,” zei ik. Waarop hij glimlachte: “Fijn, een makkelijk baantje.” Nou, hij mag het wel eens een weekje van me overnemen. Hoewel ik het nooit serieus onderzocht heb, heb ik de indruk dat er genoeg vooroordelen zijn over wat een onderzoeker precies doet.

Dat we hele dagen cijfers analyseren en dikke rapporten schrijven die niemand leest, bijvoorbeeld. Maar hoewel dikke rapporten soms nuttig zijn, gaat het tegenwoordig vaak anders. Opdrachtgevers zien graag compacte rapporten, ondersteund door infographics, PowerPoints of filmpjes. Maar toch blijf ik van mening dat ‘schrijven’ een van de belangrijkste skills van een echte onderzoeker is.

Terwijl je schrijft, sta je stil bij je keuzes, veronderstellingen en verrassingen

Schrijven als motor van je onderzoeksproces

De kracht van het schrijven zit namelijk niet alleen in het delen en verantwoorden van je resultaten na afloop: schrijven is de motor van je onderzoeksproces. Al schrijvend schep je orde in je gedachten en ontdek je rode draden. James Quinn (2020) noemt schrijven een dialogisch middel: een manier om in gesprek te blijven met je eigen denkproces. Terwijl je schrijft, sta je stil bij je keuzes, veronderstellingen en verrassingen. Je verbindt theorie met praktijk en maakt impliciete kennis expliciet. Of zoals Joanneke Prenger en Cornelis de Glopper (2014) het formuleren: “Schrijvende taken bieden leerlingen de gelegenheid hun denken te vertragen, te structureren en expliciet te maken: door te schrijven voegen zij ‘tussenruimte’ in, waarin nieuwe kennis en bestaande inzichten in verbinding kunnen worden gebracht.”

Schrijven is daarmee een belangrijke tool om je onderzoeksdata te ordenen en te analyseren op een manier die voor anderen transparant en inzichtelijk is. Linda Candy (2006) stelt dat practice-based research zonder helder schriftelijk deel zijn kennisbijdrage verliest. Het is het schrijven dat zichtbaar maakt: hier zat mijn aanname, hier greep ik in, hier gebeurde iets onverwachts. Schrijven legt het denkspoor vast dat anders verdwijnt. Ook vormt schrijven de brug tussen praktijk en theorie. Door te schrijven kun je op een navolgbare manier reflecteren op wat er in de praktijk gebeurde en hoe dat zich verhoudt tot bestaande modellen (Igweonu, 2011; Quinn, 2020; Westbroek et al., 2024).

Schrijven is daarmee een belangrijke tool om je onderzoeksdata te ordenen en te analyseren op een manier die voor anderen transparant en inzichtelijk is. Linda Candy (2006) stelt dat practice-based research zonder helder schriftelijk deel zijn kennisbijdrage verliest. Het is het schrijven dat zichtbaar maakt: hier zat mijn aanname, hier greep ik in, hier gebeurde iets onverwachts. Schrijven legt het denkspoor vast dat anders verdwijnt. Ook vormt schrijven de brug tussen praktijk en theorie. Door te schrijven kun je op een navolgbare manier reflecteren op wat er in de praktijk gebeurde en hoe dat zich verhoudt tot bestaande modellen (Igweonu, 2011; Quinn, 2020; Westbroek et al., 2024).

Schrijven als hersengymnastiek

Behalve dat schrijven helpt om je denkproces te verhelderen en met anderen te delen, helpt het ook met het verwerken van informatie in je hersenen. Inzichten uit neurologisch onderzoek ondersteunen deze uitspraak, al gaat het in dergelijk onderzoek vaak wel over schrijven met een pen in plaats van achter de computer.

Handschrift – meer dan typen – roept namelijk een breder netwerk van hersengebieden op: motorisch, sensorisch én cognitief. EEG-studies laten zien dat schrijven met de hand de functionele connectiviteit versterkt, wat leren en geheugen bevordert. Of zoals Erik Scherder zegt: “Bij schrijven met de hand zet je echt je hersenen aan het werk; je denkt na over de vorm van woorden, de ruimte ertussen, de lengte van zinnen.”

Geen makkelijk baantje

Natuurlijk kunnen we in deze tijd niet alles meer met de hand schrijven — probeer maar eens samen met collega’s een rapport te maken zonder digitale middelen. En eerlijk is eerlijk: geen enkele opdrachtgever zit te wachten op een onderzoeksverslag in onleesbaar doktershandschrift. Toch zijn er momenten waarop ik nog steeds teruggrijp naar pen en papier, bijvoorbeeld bij de afname van interviews. Het schrijven tijdens zo’n gesprek helpt mij mijn gedachten te ordenen en zorgt voor actieve focus in het hier en nu.

Want wie schrijft, zet zijn brein aan het werk. Schrijven is topsport voor je hersenen: een oefening in aandacht, reflectie en denkwerk. En nee, dat is geen ‘makkelijk baantje’…

Bronnen en copyrights

Plaats een reactie